The Rosenberg Trio

Bio

Ooit handelde Nonnie in oud ijzer en waren Stochelo en Nous'che nog amateurmuzikanten. Tien jaar later kan The Rosenberg Trio terugkijken op een stormachtige carrière. Ze zijn kind aan huis op alle grote jazzfestivals- van Montreal tot North Sea Jazz- en waren onder meer supportact van Shirley Bassey, André Hazes en Luciano Pavarotti. Ondertussen speelden ze met vele vedetten samen waaronder Toots Thielemans, Jan Akkerman en Stéphane Grappelli. Hij zag in hen de regelrechte erfgenamen van Django Reinhardt en noemde ze 'zijn kinderen'. Speciaal ter gelegenheid van 10 jaar The Rosenberg Trio is het album 'Sueños Gitanos' uitgebracht. Op deze cd etaleren de drie virtuozen hun vakmanschap in covers van onder andere Carlos Santana (Moonflower), Al DiMeola (Mediterranean Sundance)) en J.S.Bach (Toccata). Wegen zonder grenzen Zeker, aan hun autos (Mercedes) valt direct af te zien dat het ze goed gaat. Maar verder blijven de drie Rosenbergs wie ze zijn: down to earth, gastvrij en bescheiden. Oftewel authentieke Sinti-zigeuners die in warme verbondenheid met hun Manouche-families leven. Het fraai gelegen woonwagenkamp aan de rand van het Brabantse dorp Nuenen blijft hun uitvalsbasis, smaakvol ingerichte stacaravans hun thuis. Ook in het Rosenberg-repertoire herken je die outsiders positie. De drie neven voelen zich verwant met allerlei muziekstijlen, van jazz en klassiek tot pop en bossa nova. Hun omnivore smaak is terug te voeren op het nomadisch bestaan waarmee ze opgroeide. Het officieuze volkslied van de Roma en Sinti geeft de kern raak weer: "Gelem, gelem, lungone dromeja...." zo luidt de eerste regel, "We volgen de wegen zonder grenzen, maar we hebben geen land waar we thuishoren". Zo bracht Nonnie zijn jeugd door in een gezin met vier kinderen, gehuisvest in een woonwagen van 4x6 meter: "Vroeger waren we zwervers, rondreizen was onderdeel van de kost verdienen met oud ijzer, autos en antiek. Daarom weet je wat ellende is, weet je wat het is om op de vlucht te zijn. Dat drukt op je als een erfenis. Die pijn hoor je terug in onze muziek". Stochelo: "We hebben met zoveel verschillende mensen gespeeld, omdat we meer dan uitsluitend Reinhardt-repertoire kunnen spelen. We wilden onze grenzen verleggen. Braziliaanse muziek inspireert me, maar ook bebop". Jazz manouche Muziek kregen ze van jongsaf aan mee. Niet op het conservatorium maar van vader en grootvader, die viool en gitaar speelden. En via de grammofoonplaat. Stochelo: "Wij doen alles op gehoor, in mijn hoofd zie ik de accoorden al. Ik leerde spelen met behulp van elpees van Django Reinhardt. Alles wat hij deed was zo perfect, bovendien hij had een enorm improvisatievermogen. In de studio verzon hij ter plekke voor iedere take van een bepaald nummer telkens totaal andere arrangementen". Reinhardt was de grondlegger van een stijl die als 'gipsy-swing', 'zigeuner-jazz' of 'jazz manouche' de geschiedenis in ging. Geboren in België, maakte Django Reinhardt (1910-1953) in Frankrijk furore met een unieke mix tussen Amerikaanse jazz en zijn eigen manouche-muziek. Het Quintette du Hot Club de France, dat hij in 1931 in Parijs oprichtte, werd een internationaal begrip, zijn vaste violist Stéphane Grappelli een household name. Amerikaanse jazz-muzikanten beschouwden Django alsin Europa de enige echte collega buiten Noord Amerika. Zijn invloed was zo groot, dat overal de 'hotclubs' als paddestoelen uit de grond schoten. Daarom was het voor Stochelo een enorme eer toen hij in 1989, volslagen onbekend en slechts 21 jaar oud, op het Django Reinhardt Festival van Samois sûr Seine tot zijn opvolger werd uitgeroepen. Sindsdien omschreven kenners hem als een virtuoos, een grootmeester en zelfs als 'een wonderbaarlijk natuurverschijnsel'. Het gitaristisch wonderkind vond daarmee zijn definitieve bestemming. De jaren van anonimiteit waren opeens voorbij. Na zeven jaar optreden met Nonnie en Nous'che in de Europese zigeuner gemeenschap, maakte Stochelo de stap naar de concertpodia. Carnegie Hall Na North Sea Jazz in Den Haag, waar ze inmiddels zo'n vijf keer hebben opgetreden, en het Jazz festival van Montreal ('91) lag de wereld aan hun voeten. In Montreal ontmoetten ze de legendarische Stéphane Grappelli, nestor van de hot-viool. Nonnie en Nou'sche herinneren zich: "Tijdens ons optreden kwam hij de kleedkamer uitgelopen.'Ik zag het meteen jullie zijn Gitanes!' riep hij na afloop uit. Hij noemde ons zijn kinderen en nodigde ons uit enkele weken later met hem te spelen in het Amsterdamse Concertgebouw". Een samenwerking die ondermeer zou resulteren in de gezamelijke plaat 'Caravan' en het absolute hoogtepunt: op 9 juni 1993 stond The Rosenberg Trio in de sjieke Newyorkse Carnegie Hall ter gelegenheid van het tribute concert voor Grappelli. Sindsdien werd het trio een internationaal begrip. Ze stonden in het voorprogramma van Shirley Bassey, Randy Crawford, André Hazes en Luciano Pavarotti. Of speelden samen met de meest uiteenlopende artiesten waaronder Jan Akkerman, Toots Thielemans, Herman van Veen en Jaap van Zweden. Ruwe diamant In tien jaar tijd veranderde The Rosenberg Trio van een ruwe diamant in een fonkelende edelsteen. Hun nieuwste plaat levert het zoveelste bewijs. Met sublieme techniek en formidabele muzikaliteit etaleren ze een breed scala aan stijlen, die eenheid krijgen dankzij dat onmiskenbare Rosenberg-stempel. Ondanks alle roem en prijzen (waaronder de Edison en Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw) bleven ze zichzelf, vergroeid met hun instrument. Stochelo: "De gitaar is een deel van mijn leven, ik zou niet zonder kunnen. En Nonnie: "Die bas wordt een onderdeel van je, alsof er altijd iemand aan je zijde staat". Voor Stochelo is er naast de erkenning nog een droom uitgekomen: "Een jongensdroom! Ik speel op een Selmer-gitaar, in 1940 in Frankrijk gebouwd. Het verhaal gaat dat Django er nog op gespeeld heeft".